Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor schuldheling van een Iphone 4s die kort daarvoor was gestolen uit een woning. Het hof oordeelde dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het toestel door een misdrijf was verkregen, omdat hij het toestel via via had gekocht, de prijs had weten af te dingen van 230 naar 170 euro, en de afhaalplek ongebruikelijk was.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatiemiddel dat klaagde over onvoldoende motivering van het oordeel dat verdachte in zijn onderzoeksplicht was tekortgeschoten. Het hof had onvoldoende onderbouwd dat verdachte met de vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid had gehandeld. De verdediging had aangevoerd dat de prijs redelijk was en dat de aankoop via Marktplaats plaatsvond zonder geheimzinnigheid.
De Hoge Raad concludeerde dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht. Daarom is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet voldoende gemotiveerd. Het arrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.