Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het bezit van kinderporno op een laptop in de periode maart tot augustus 2013. Het hof baseerde zijn oordeel mede op het feit dat verdachte eerder inbeslaggenomen gegevensdragers met kinderpornografisch materiaal ten onrechte had teruggekregen en bestanden daarvan naar zijn laptop had gekopieerd.
De verdediging voerde aan dat verdachte zich niet bewust was van het feit dat de kinderpornografische bestanden zich nog op de gegevensdragers bevonden en dat het opzet ontbrak. Het hof heeft dit standpunt echter niet gemotiveerd verworpen, maar verklaarde het ten laste gelegde toch bewezen zonder in het bijzonder de redenen daarvoor te geven, zoals vereist is op grond van art. 359, tweede lid, tweede volzin Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat dit een nietigheid oplevert en vernietigt het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting. Het overige beroep wordt verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering door het hof bij het afwijzen van een uitdrukkelijk onderbouwd verweer, zeker bij het vereiste opzet in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van motivering over het opzet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.