Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake diverse Opiumwetdelicten, waaronder uitvoer van heroïne en cocaïne en deelname aan een criminele organisatie.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor de strafmaat en tot vermindering daarvan, met verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, behalve vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
Omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, werd de redelijke termijn overschreden. Dit leidde tot vermindering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden naar 23 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor de duur van de straf, verminderde deze en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 19 december 2017.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 24 naar 23 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.