Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het cassatiemiddel betrof een verontschuldigbare termijnoverschrijding vanwege een vermeende verwarde toestand van de verdachte.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat uit de overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich in een toestand bevond waarvan de aard en intensiteit zodanig waren dat het te laat indienen van het cassatieberoep daaraan kan worden toegeschreven.
Daarom kon het middel niet tot cassatie leiden en werd het beroep verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 19 december 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet verontschuldigbare termijnoverschrijding.