ECLI:NL:HR:2017:3223

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
20 december 2017
Zaaknummer
16/03705
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 lid 2 SvArt. 1.1 Algemene TermijnenwetArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij het hof de verdachte niet-ontvankelijk had verklaard omdat het hoger beroep te laat zou zijn ingesteld.

De Hoge Raad overwoog dat de termijn voor het instellen van hoger beroep op een zondag viel, waardoor de termijn volgens de Algemene Termijnenwet werd verlengd tot de eerstvolgende dag die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Het hoger beroep was op die dag, een maandag, ingesteld, waardoor het tijdig was. Het hof had de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing. Het eerste middel van cassatie werd verworpen omdat het niet tot cassatie kon leiden. De conclusie van de Advocaat-Generaal werd gevolgd.

Deze uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van termijnen en de Algemene Termijnenwet bij de beoordeling van ontvankelijkheid in hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/03705
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 juli 2013, nummer 22/001415-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft K.B.H. Welvaart, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het door hem ingestelde beroep.
3.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.

4.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2017.