Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 23 maart 2017, nr. 15/00808, betreffende een beschikking op een verzoek om terugbetaling van douanerechten.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een beschikking op een verzoek om terugbetaling van douanerechten. Dit betrof het tweede cassatiegeding na een eerdere vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad.
De Hoge Raad ontving tevens verweerschriften van de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Veiligheid en Justitie. Na beoordeling van de ingediende middelen concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 22 december 2017.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.