ECLI:NL:HR:2017:361

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 maart 2017
Publicatiedatum
2 maart 2017
Zaaknummer
16/01856
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2:349a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in enquêteprocedure benoeming bestuurder

In deze zaak staat een cassatieberoep centraal tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, die betrekking hebben op een enquêteprocedure en de benoeming van een bestuurder van de vennootschap D.E.M. B.V. en aanverwante partijen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van de ondernemingskamer en het cassatierekest dat deel uitmaakt van het dossier.

De verzoeksters, D.E.M. c.s., hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de beslissingen van de ondernemingskamer, terwijl de verweerder verzocht heeft het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal heeft eveneens geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt D.E.M. c.s. in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van D.E.M. c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

3 maart 2017
Eerste Kamer
16/01856
TT/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. DEUS EX MACHINA (D.E.M.) B.V.,
gevestigd te Haarlem,
2. JKS HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR D.E.M.,
gevestigd te Haarlem,
VERZOEKSTERS tot cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Verzoeksters zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als D.E.M. c.s. en verweerder als [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.172.902/01 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 5 januari 2016 en 12 januari 2016.
De beschikkingen van de ondernemingskamer zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer hebben D.E.M. c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt D.E.M. c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 393,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
3 maart 2017.