Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
7 maart 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag wegens voorbereidingshandelingen voor een gewapende overval op een onbekend gebleven persoon in Rotterdam. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens de verdachte diende advocaat E.A. Blok een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 september 2015 in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president A.J.A. van Dorst en raadsheren E.F. Faase en M. Borgers op 7 maart 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, arrest hof blijft in stand.