Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
17 januari 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden en TBS met dwangverpleging wegens meermalig bezit van kinderporno, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en poging tot ontucht met minderjarigen via internet en webcam. Het hof oordeelde dat de verdachte van het plegen van deze misdrijven een gewoonte maakte.
De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep heeft verworpen. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke maatregel en onderstreept het belang van het aanpakken van seksuele delicten via digitale middelen. De combinatie van gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging weerspiegelt de ernst van de feiten en de noodzaak tot behandeling van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging wegens meermalig bezit van kinderporno en seksuele delicten via internet.