ECLI:NL:HR:2017:401

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2017
Publicatiedatum
9 maart 2017
Zaaknummer
16/05797
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke belastingzaak

De zaak betreft een cassatieberoep van [X] B.V. tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland in een bestuursrechtelijke belastingzaak. Het cassatieberoep was gericht tegen een uitspraak van 20 oktober 2016, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 26 april 2016 werd behandeld.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid. Uit de beoordeling blijkt dat de klachten die door belanghebbende zijn aangevoerd, geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit komt doordat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 10 maart 2017 in het openbaar uitgesproken door raadsheer J. Wortel als voorzitter en raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

10 maart 2017
Nr. 16/05797
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 20 oktober 2016, nr. AWB 16/232, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 26 april 2016.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2017.