Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 20 oktober 2016, nr. AWB 16/232, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 26 april 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van [X] B.V. tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland in een bestuursrechtelijke belastingzaak. Het cassatieberoep was gericht tegen een uitspraak van 20 oktober 2016, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 26 april 2016 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid. Uit de beoordeling blijkt dat de klachten die door belanghebbende zijn aangevoerd, geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit komt doordat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 10 maart 2017 in het openbaar uitgesproken door raadsheer J. Wortel als voorzitter en raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.