Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
14 maart 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak. Het cassatieberoep betrof klachten over onrechtmatige stelselmatige observatie in het kader van artikel 126g Sv.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard moest worden op grond van artikel 80a RO. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de verdachte onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 14 maart 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-geschiktheid van de klachten.