Belanghebbenden uit België hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 maart 2016, waarin het hof hun hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2009 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbenden beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kan leiden. Op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klacht geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 17 maart 2017 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.