Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 16 juni 2016, nr. 15/00161, betreffende de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten van vervolging.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 juni 2016, betreffende de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten van vervolging.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is. Daarbij is geoordeeld dat de aangevoerde klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt, omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest is op 20 januari 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of kans van slagen.