Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
21 maart 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit sociale zekerheidsfraude. De betrokkene werd veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, opzettelijk nalaten van gegevensverstrekking en witwassen.
De verdediging voerde aan dat de ontnemingsvordering niet toegewezen mocht worden omdat de gemeentelijke sociale dienst een hoger bedrag had teruggevorderd, en verwees naar de Aanwijzing Ontneming die stelt dat bij terugvordering door de sociale dienst ontneming in principe achterwege blijft. Het hof wees dit verweer af omdat niet was gebleken dat het bedrag daadwerkelijk was terugbetaald.
De Hoge Raad oordeelt dat de Aanwijzing Ontneming als recht ex art. 79 RO Pro geldt en dat het uitgangspunt is dat ontneming niet plaatsvindt als de sociale dienst terugvordert, ongeacht of de betrokkene het bedrag al heeft betaald. Het hof heeft dit onjuist toegepast en het arrest wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.