Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
10 januari 2017.
tot een geldboete van €750,00.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld voor het opzettelijk telen en aanwezig hebben van 26 hennepplanten. Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €750.
De verdediging voerde aan dat de bewijsvoering onvoldoende was, met name omdat het proces-verbaal meldde dat er geen hennepplanten waren aangetroffen in de kweekruimte, terwijl het rapport over wederrechtelijk verkregen voordeel sprak over 26 stronken. Dit leidde volgens de verdediging tot een onjuiste en onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, hetzij vanwege onvoldoende belang van de verdachte bij het cassatieberoep, hetzij omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president W.A.M. van Schendel en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink op 10 januari 2017. De schriftuur van de verdediging werd aan het arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en onvoldoende gronden.