Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
28 maart 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 april 2016, waarin hij was veroordeeld voor doodslag op zijn echtgenote.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit kan zijn omdat de verdachte onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de strafkamer van de Hoge Raad op 28 maart 2017, waarbij vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma aanwezig waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.