Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3 Beslissing
28 maart 2017.
Hoge Raad
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging tot doodslag door in te rijden op een voetganger. Tegen dit arrest van het Gerechtshof Amsterdam stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens verdachte diende advocaat S.B.J. Hiemstra een schriftuur in.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 28 maart 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard.