Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
4 april 2017.
Hoge Raad
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens openlijke geweldpleging nadat hij een persoon aansprak op wildplassen. Het hof oordeelde dat verdachte zich aan verdere escalatie had moeten onttrekken, waarmee het beroep op noodweerexces werd verworpen.
Verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de taakstraf van 100 uren naar 95 uren, en de vervangende hechtenis van 50 dagen naar 47 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor zover het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis betroffen, en verwierp het beroep voor het overige. Hiermee werd het beroep op noodweerexces verworpen en de straf gematigd wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Taakstraf verminderd van 100 naar 95 uren en vervangende hechtenis van 50 naar 47 dagen wegens termijnoverschrijding; cassatieberoep verworpen.