Uitspraak
[X]te
[Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 20 november 2015, nr. 15/03483, ECLI:NL:HR:2015:3345.
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, verzocht de Hoge Raad om herziening van een eerder arrest van 20 november 2015. De griffier stelde belanghebbende bij aangetekende brief van 24 december 2016 in kennis van de verschuldigdheid van griffierecht en gaf een termijn van vier weken voor betaling.
Het griffierecht werd niet voldaan. Na een nadere briefwisseling en navraag bij het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak werd bevestigd dat het griffierecht niet was betaald. De door belanghebbende overgelegde brief gaf geen aanleiding om te concluderen dat het griffierecht wel was voldaan.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad wees het arrest in het openbaar uit op 7 april 2017, waarbij de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren betrokken waren.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.