ECLI:NL:HR:2017:629

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2017
Publicatiedatum
6 april 2017
Zaaknummer
17/00001
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen uitspraak over zorgtoeslagbeschikkingen

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake verzet tegen beschikkingen zorgtoeslag voor de jaren 2012 en 2013. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep en stelt vast dat artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie slechts kennisneming van cassatie tegen bestuursrechterlijke uitspraken toestaat indien wettelijk bepaald.

In dit geval ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Rechtbank over besluiten op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Dit geldt ook indien de uitspraak ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing bevat. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende teruggegeven. De beslissing is op 7 april 2017 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

7 april 2017
Nr. 17/00001
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 22 november 2016, nrs. HAA 16/1363 en 16/1364 V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende aan belanghebbende voor de jaren 2012 en 2013 gegeven beschikkingen Zorgtoeslag.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van hetberoep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende een besluit als het onderhavige, genomen ingevolge de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Dit heeft ook te gelden indien onder de aangevallen uitspraak van de Rechtbank ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen. Het beroep in cassatie dient derhalve niet‑ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 124 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.