Uitspraak
[X]te
[Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 20 januari 2017, nr. BRE 16/3489, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 29 augustus 2016.
Hoge Raad
Belanghebbende uit Slowakije heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Deze uitspraak betrof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is.
Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is bepaald. In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de rechtbank waarbij verzet gegrond is verklaard.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens acht de Hoge Raad geen grond aanwezig voor veroordeling in proceskosten. Het door belanghebbende betaalde griffierecht wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.