ECLI:NL:HR:2017:642

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2017
Publicatiedatum
10 april 2017
Zaaknummer
15/03813
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in Rotterdamse havenaffaire door Hoge Raad

In deze zaak heeft de verdachte, geboren in 1969, beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 30 juni 2015 in de Rotterdamse havenaffaire. Namens de verdachte hebben advocaten Knoops en 't Sas middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was nadere motivering niet vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is op 11 april 2017 gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president W.A.M. van Schendel, en raadsheren Splinter-van Kan, Van de Brink, Faase en Borgers. Het beroep is verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

11 april 2017
Strafkamer
nr. S 15/03813
AJ/KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 30 juni 2015, nummer 22/003390-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte.
Namens deze hebben G.G.J. Knoops en M. 't Sas, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan, V. van de Brink, E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 april 2017.