Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
24 januari 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte in een strafzaak over een dodelijke schietpartij tijdens een kickboksgala te Zijtaart. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. In cassatie werd onder meer het middel aangevoerd dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat het hof de stukken te laat had ingezonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn in de cassatiefase inderdaad was overschreden, mede omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde straf.
De overige middelen van cassatie werden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verminderde de gevangenisstraf tot negentien jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van twintig jaar naar negentien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.