ECLI:NL:HR:2017:681

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2017
Publicatiedatum
13 april 2017
Zaaknummer
16/04871
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in douanerechtzaak

In deze zaak heeft belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het geschil betreft uitnodigingen tot betaling van douanerechten die aan belanghebbende zijn uitgereikt.

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Daarbij is overwogen dat het cassatieberoep klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft of dat de klacht niet tot cassatie kan leiden. Op grond hiervan en met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

De beslissing is genomen na overleg met de Procureur-Generaal en is op 14 april 2017 in het openbaar uitgesproken. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie, waarbij de eerdere uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in stand blijft.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en omdat de klacht niet tot cassatie kan leiden.

Uitspraak

14 april 2017
Nr. 16/04871
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 23 augustus 2016, nrs. 14/00906 en 15/00001, op het principale en incidentele hoger beroep van belanghebbende en het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 13/2952) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2017.