In deze zaak gaat het om de schadeloosstelling aan [verzoeker] na de onteigening van een perceelsgedeelte ten behoeve van de aanleg van de Rijksweg A4 bij Steenbergen. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op €168.000 en de Staat veroordeeld in de kosten van deskundigen.
De kern van het geschil betreft de toepassing van de eliminatieregel van artikel 40c van de Onteigeningswet, die bepaalt dat bij de waardebepaling van het onteigende geen rekening mag worden gehouden met plannen voor het werk waarvoor onteigend wordt. De rechtbank oordeelde dat er op de peildatum geen verwachtingswaarde was omdat de plannen voor de aanleg van de A4 waren geëlimineerd.
De Hoge Raad stelt echter vast dat de rechtbank niet per planologisch stuk heeft beoordeeld of sprake was van concrete plannen die geëlimineerd moesten worden. Hierdoor is de eliminatieregel onjuist toegepast. Ook het oordeel over de waardevermindering van het overblijvende deel hangt samen met deze onjuiste toepassing. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
In het incidentele cassatieberoep van de Staat worden de klachten verworpen. De Hoge Raad veroordeelt de Staat in de kosten van het cassatieproces.