Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
18 april 2017.
Hoge Raad
Op 5 september 2010 vond een nachtelijke schietpartij plaats bij een partycentrum in Zoetermeer waarbij het slachtoffer kwam te overlijden. De verdachte en het slachtoffer hadden een conflict waarbij beiden vuurwapens gebruikten. Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte het slachtoffer met opzet had doodgeschoten.
De verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer aan, stellende dat hij zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer, die een vuurwapen op hem richtte en schoten loste. Het hof verwierp dit verweer op grond van het onttrekkingsvereiste: de verdachte had zich kunnen en moeten onttrekken aan het conflict nadat het eerste incident was beëindigd, maar koos ervoor terug te keren gewapend met een vuurwapen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat noodweer niet geldt indien de verdachte zich aan de aanranding had kunnen en moeten onttrekken, en dat in deze zaak de verdachte die mogelijkheid had. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk en berust op een juiste rechtsopvatting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte wegens opzettelijk doden zonder rechtvaardiging op grond van noodweer.