Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.De prejudiciële procedure
–vooropgesteld dat dit met hun statuut en met de aard der onderlinge verhoudingen is te verenigen
–het bepaalde in artikel 2:18 BW Pro omtrent omzetting van rechtspersonen (ingevolge het bepaalde in artikel 2:2 lid 2 BW Pro) overeenkomstig worden toegepast ten aanzien van kerkgenootschappen, alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd?
3.Beantwoording van de prejudiciële vragen
art. 2:18 lid 4 BW Pro bij omzetting rechterlijke machtiging vereist.
4.Beslissing
21 april 2017.