ECLI:NL:HR:2017:86

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2017
Publicatiedatum
26 januari 2017
Zaaknummer
16/00936
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2006

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 januari 2016, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland werd behandeld. Het geschil betrof een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2006.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en beoordeelde het ingediende middel. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, oordeelde de Hoge Raad dat het middel niet tot cassatie kon leiden en geen nadere motivering behoefde omdat het geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriep.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en raadsheren van Loon en van Kalmthout, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

27 januari 2017
Nr. 16/00936
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 12 januari 2016, nr. 14/01248, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. AWB LEE 12/2940), betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2006 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2017.