ECLI:NL:HR:2017:933

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2017
Publicatiedatum
18 mei 2017
Zaaknummer
16/06332
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 onder b Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelatingsverzoek WSNP wegens onvoldoende inzage in belastingdienstschulden en goede trouw

De zaak betreft een verzoeker die toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) heeft aangevraagd. De rechtbank en het gerechtshof hebben het verzoek afgewezen omdat de verzoeker onvoldoende inzage gaf in de schulden bij de belastingdienst en er twijfels waren over de goede trouw bij het ontstaan van deze schulden.

Tegen het arrest van het gerechtshof heeft de verzoeker cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand. De beslissing bevestigt het belang van volledige inzage in schulden en goede trouw bij toelating tot de WSNP.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toelatingsverzoek tot de WSNP blijft afgewezen.

Uitspraak

19 mei 2017
Eerste Kamer
16/06332
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/416383/FT RK 16/1038 van de rechtbank Midden-Nederland van 14 september 2016;
b. het arrest in de zaak 200.199.532 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
19 mei 2017.