ECLI:NL:HR:2017:951

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2017
Publicatiedatum
23 mei 2017
Zaaknummer
15/05115
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 404 SvArt. 435 Sv
Verwijzingen
9 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring en behandelt beroep als cassatie

De verdachte werd door de Kantonrechter Oost-Brabant op 28 april 2015 schuldig verklaard aan overtreding van een voorschrift van de Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente Cranendonck 2010, met toepassing van art. 9a Sr, zonder strafoplegging.

Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat volgens art. 404 Sv Pro tegen dit soort vonnissen geen hoger beroep openstaat indien geen straf is opgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist is omdat in dat geval wel cassatieberoep openstaat.

De Hoge Raad stelt dat degene die een rechtsmiddel instelt geacht wordt het wettelijk toegestane middel te hebben bedoeld. Het hof had het beroep van verdachte moeten verstaan als cassatieberoep en de stukken aan de Griffier moeten zenden. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de stukken worden aan de Hoge Raad overgedragen voor verdere behandeling.

Deze uitspraak benadrukt de juiste toepassing van art. 404 Sv Pro en de procedurele rechten van verdachte bij overtredingszaken zonder strafoplegging.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en het beroep van verdachte wordt als cassatieberoep behandeld.

Uitspraak

23 mei 2017
Strafkamer
nr. S 15/05115
AGE/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2015, nummer 20/001560-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, zal verstaan dat de verdachte beroep in cassatie heeft ingesteld en de verdachte in de gelegenheid zal stellen middelen van cassatie voor te stellen.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep aangezien dat beroep had moeten worden verstaan als beroep in cassatie.
2.2.1.
De Kantonrechter in de Rechtbank Oost-Brabant heeft bij vonnis van 28 april 2015 de verdachte ter zake van overtreding van een voorschrift van de Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente Cranendonck 2010 met toepassing van art. 9a Sr schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
2.2.2.
De verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft hem in dat beroep niet-ontvankelijk verklaard en heeft daartoe het volgende overwogen:
"Artikel 404, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat tegen een dergelijk vonnis, door de kantonrechter als einduitspraak gegeven, geen hoger beroep openstaat voor de verdachte, tenzij één van de situaties genoemd in het derde lid van die bepaling zich voordoet. Hiervan is echter geen sprake nu de behandeling in eerste aanleg op tegenspraak heeft plaatsgevonden."
2.3.
Art. 404 Sv Pro luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"2. Tegen de vonnissen betreffende overtredingen, door de rechtbank als einduitspraak of in de loop van het onderzoek gegeven, staat hoger beroep open voor de officier van justitie bij het gerecht dat het vonnis heeft gewezen, en voor de verdachte die niet van de gehele telastlegging is vrijgesproken, tenzij terzake in de einduitspraak:
a. met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel werd opgelegd, of
b. geen andere straf of maatregel werd opgelegd dan een geldboete tot een maximum - of, wanneer bij het vonnis twee of meer geldboetes werden opgelegd, geldboetes tot een gezamenlijk maximum - van € 50.
3. In afwijking van het tweede lid staat voor de verdachte hoger beroep open tegen een bij verstek gewezen vonnis als bedoeld in het tweede lid, onder a en b, indien de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. De vorige zin is niet van toepassing in geval de dagvaarding of oproeping binnen zes weken nadat door de verdachte op de voet van artikel 257e verzet is gedaan, rechtsgeldig aan de verdachte is betekend met inachtneming van artikel 588a.
4. Tegen de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde vonnissen waartegen geen hoger beroep openstaat, staat evenmin beroep in cassatie open, tenzij zij een overtreding betreffen van een verordening van een provincie, een gemeente, een waterschap of een met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld openbaar lichaam."
2.4.
Blijkens de daarvan opgemaakte akte heeft de verdachte op 12 mei 2015 op de griffie verklaard hoger beroep in te stellen tegen voormeld vonnis van de Kantonrechter. Gelet op art. 404, tweede en vierde lid, Sv stond tegen dat vonnis echter geen hoger beroep open, maar beroep in cassatie.
2.5.
Degene die tegen een vonnis een rechtsmiddel instelt moet in het algemeen geacht worden het volgens de wet daartegen openstaande rechtsmiddel te hebben willen aanwenden. Nu niet blijkt van een omstandigheid op grond waarvan vorenstaande regel in de onderhavige zaak uitzondering zou moeten lijden, had het Hof in plaats van de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde beroep dat beroep moeten verstaan als beroep in cassatie en moeten bepalen dat de stukken van het geding ter behandeling van dat cassatieberoep aan de Griffier van de Hoge Raad zouden worden gezonden. Dat brengt mee dat het middel terecht is voorgesteld en het bestreden arrest niet in stand kan blijven. De Hoge Raad zal doen wat het Hof had behoren te doen.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt het bestreden arrest;
verstaat dat de verdachte tegen het vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Oost-Brabant van 28 april 2015 beroep in cassatie heeft ingesteld;
stelt de stukken van het geding in handen van de Griffier van de Hoge Raad, opdat daarmede wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in art. 435 Sv Pro.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 mei 2017.