ECLI:NL:HR:2018:1042

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2018
Publicatiedatum
28 juni 2018
Zaaknummer
18/00052
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van verzoek tot herziening arrest bestuursrechtelijke zaak

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van de Hoge Raad van 1 december 2017. Belanghebbende, woonachtig in Den Haag, verzocht om herziening op grond van artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Hoge Raad heeft beoordeeld of het verzoek ontvankelijk is. Het verzoekschrift bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening van het eerdere arrest rechtvaardigen. Hierdoor is het verzoek klaarblijkelijk niet geschikt om tot cassatie te leiden.

Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 29 juni 2018 door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

29 juni 2018
nr. 18/00052
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z], Marokko, domicilie gekozen hebbende te Den Haag, (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 1 december 2017, nr. 17/04431, ECLI:NL:HR:2017:3039.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2018.