Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
3 juli 2018.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag door het steken met een vleesmes. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, met als middel onder meer een beroep op (putatief) noodweerexces, dat door de Hoge Raad niet ontvankelijk werd geacht.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat er geen andere gronden waren om het arrest ambtshalve te vernietigen, behalve de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De verdachte zat in voorlopige hechtenis en het cassatieberoep had meer dan zestien maanden in beslag genomen. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren naar elf jaren en elf maanden. Het beroep werd verder verworpen en het arrest werd op die wijze uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twaalf jaar naar elf jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.