ECLI:NL:HR:2018:1072

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
3 juli 2018
Zaaknummer
17/00583
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij poging doodslag met vleesmes

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag door het steken met een vleesmes. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, met als middel onder meer een beroep op (putatief) noodweerexces, dat door de Hoge Raad niet ontvankelijk werd geacht.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot vermindering van de straf. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat er geen andere gronden waren om het arrest ambtshalve te vernietigen, behalve de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

De verdachte zat in voorlopige hechtenis en het cassatieberoep had meer dan zestien maanden in beslag genomen. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren naar elf jaren en elf maanden. Het beroep werd verder verworpen en het arrest werd op die wijze uitgesproken door de Hoge Raad.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twaalf jaar naar elf jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

3 juli 2018
Strafkamer
nr. S 17/00583
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2017, nummer 20/003888-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren.

4.Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze elf jaren en elf maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 juli 2018.