Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 4 juli 2017, nr. BK‑17/00335, betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2014. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn gesteld voor betaling.
Het griffierecht is echter niet voldaan binnen de gestelde termijn. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op het niet tijdig betalen van het griffierecht, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad acht geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.