Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 7 november 2017, nr. 16/00112, betreffende het door belanghebbende gedane verzoek om een veroordeling in de proceskosten.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft bij het Gerechtshof Amsterdam beroep ingesteld tegen een uitspraak over een verzoek tot veroordeling in proceskosten. Vervolgens heeft belanghebbende cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is. Uit de beoordeling blijkt dat de aangevoerde klachten onvoldoende grond bieden voor behandeling in cassatie. Dit kan zijn omdat belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 13 juli 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.