Belanghebbende, een naamloze vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 december 2017. Dit arrest betrof het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak juli 2015.
De Hoge Raad ontving drie middelen van belanghebbende en een verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat er geen gronden waren voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door raadsheer J. Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Th. Groeneveld en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2018.