Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 juli 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof de vraag of het gebruik van het politieproces-verbaal (p-v) met een verklaring van een getuige als bewijs in strijd is met het ondervragingsrecht zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 6 EVRM Pro niet in de weg staat aan het gebruik van het p-v als bewijs wanneer de verklaring van de getuige voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dit steunbewijs moet betrekking hebben op de onderdelen van de verklaring die door verdachte worden betwist.
De raadsheren concludeerden dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.