Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Tegen deze aanslag werd beroep ingesteld bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 7 december 2017 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere klachten werden aangevoerd tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat er geen aanleiding was om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad besloot daarom het cassatieberoep ongegrond te verklaren. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 13 juli 2018.