ECLI:NL:HR:2018:1195

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2018
Publicatiedatum
11 juli 2018
Zaaknummer
18/00248
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81.1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag belasting personenauto’s

Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Tegen deze aanslag werd beroep ingesteld bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 7 december 2017 uitspraak deed.

Belanghebbende stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij meerdere klachten werden aangevoerd tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat er geen aanleiding was om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot daarom het cassatieberoep ongegrond te verklaren. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 13 juli 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

13 juli 2018
nr. 18/00248
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 7 december 2017, nr. 16/03787, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 15/6606) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2018.