Uitspraak
gevestigd te Heerenveen,
gevestigd te Hengelo (Ov.),
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
witte wievenkaas– hierna ook: het teken –
heksenkaas– hierna: het merk – ingediend op 4 juni 2010 en ingeschreven op 10 september 2010 voor de volgende waren in
Ter onderbouwing van de afwijzing van de oppositie heeft het Bureau overwogen dat de tekens op visueel, auditief en begripsmatig vlak niet overeenstemmen, zodat er geen sprake kan zijn van verwarringsgevaar en de vergelijking van de waren achterwege wordt gelaten.
Het oordeelde voorts dat de waren waarvoor het merk is ingeschreven (soort)gelijk zijn aan de waren waarvoor het teken is gedeponeerd (rov. 16-18) en dat de overeenstemming zodanig is dat daardoor bij het in aanmerking komende publiek – dat is hier: het grote publiek (rov. 6) – het gevaar voor directe of indirecte verwarring aanwezig (rov. 19-21).
Het betoogt dat het hof heeft nagelaten de totaalindrukken rechtstreeks met elkaar te vergelijken en ten onrechte eerst een veralgemeniserende stap heeft gezet en vervolgens slechts heeft vastgesteld dat merk en teken (begripsmatig) tot die veralgemeniseerde klasse kunnen worden gerekend. Voor zover het hof wel van een juiste rechtsopvatting is uitgegaan, acht het onderdeel de beslissing onvoldoende gemotiveerd.
Voor het onderzoek naar begripsmatige overeenstemming ligt in de redenering dan ook een – al dan niet tot uitdrukking te brengen – schakel in de rede als die welke in het onderdeel wordt aangeduid als ‘veralgemeniseringsstap’. Het hof heeft dus, anders dan het onderdeel betoogt, niet een eigen criterium in het leven geroepen, maar een niet onjuiste gedachtegang gevolgd.
13 juli 2018.