Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 december 2017, waarin het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2010.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de klachten concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, werd geen nadere motivering gegeven.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat er geen aanleiding was om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en sprak het arrest uit op 17 augustus 2018, gewezen door vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren J. Wortel en P.A.G.M. Cools.