Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 29 januari 2018, nr. SGR 17/5850 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 16 november 2017.
Hoge Raad
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een verzetprocedure. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 17 augustus 2018 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren onder voorzitterschap van J. Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.