In deze zaak betrof het beroep in cassatie een procedure over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Binnenmaas betreffende een onroerende zaak aan een adres te Z.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is gewezen door de raadsheer Wortel als voorzitter en de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2018.