Belanghebbende heeft tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2017, betreffende de belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2010 tot en met 2012, beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 17 augustus 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.