Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
4 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het afleveren van 17 kilo hennepafval. Het cassatieberoep werd ingediend door de verdediging, die onder meer middelen aanvoerde gericht op de verwerping van het verweer ex artikel 359a Sv en verzoeken tot bewijsuitsluiting.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.