Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Tenlastelegging en motivering van de gegeven vrijspraak
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
6 februari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van het binnenbrengen van een luchtdrukgeweer, de Benjamin Marauder, vanuit de Verenigde Staten naar Nederland. Het Openbaar Ministerie stelde dat dit wapen vanwege zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen en daarmee onder de verboden categorie I van de Wet wapens en munitie viel.
Het Hof Den Haag sprak de verdachte vrij omdat het luchtdrukgeweer volgens deskundigen niet voldoende leek op een echt vuurwapen. De Hoge Raad bevestigde deze vrijspraak en verduidelijkte de uitleg van de term 'sprekende gelijkenis' in de wet. Volgens de Hoge Raad moet deze term restrictief worden uitgelegd: alleen wapens die nauwelijks of niet te onderscheiden zijn van echte vuurwapens vallen hieronder.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat het in beslag genomen luchtdrukgeweer niet voldoet aan deze strenge maatstaf en daarom geen strafbaar feit oplevert. Hiermee werd het beroep van het Openbaar Ministerie verworpen en bleef de vrijspraak in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak van verdachte omdat het luchtdrukgeweer geen sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen.