ECLI:NL:HR:2018:1547

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2018
Publicatiedatum
11 september 2018
Zaaknummer
17/03682
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Gezondheids- en Welzijnswet voor dierenArt. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens dierenmishandeling door onthouden verzorging en onderkoeling van pony’s en lammeren

De zaak betreft het onthouden van de nodige verzorging aan twee pony’s en 372 lammeren, waarbij de dieren in uitgemergelde toestand werden gehouden, onder meer door de pony’s op een rooster of hangend in takels te plaatsen, en de lammeren bij lage temperaturen te laten onderkoelen. Daarnaast werden in hun nabijheid grote hoeveelheden kadavers van lammeren bewaard en kregen zij onvoldoende drinkgelegenheden, waardoor uitdroging optrad. Dit alles is in strijd met artikel 37 van Pro de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin hij werd veroordeeld. De advocaat-generaal concludeerde tot aanpassing van de bewezenverklaring, maar tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van het hof. De Hoge Raad wees het beroep af en handhaafde de veroordeling wegens dierenmishandeling. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt gehandhaafd.

Uitspraak

11 september 2018
Strafkamer
nr. S 17/03682
KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 2 november 2016, nummer 21/004370-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Meijer, advocaat te Voorburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot aanpassing van de bewezenverklaring en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 september 2018.