Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot doodslag. De verdachte stelde in cassatie een middel voor, behandeld door de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarnaast werd de vraag behandeld of de kosten die door het eigen risico van de zorgverzekering zijn gemaakt, kunnen worden aangemerkt als rechtstreekse schade in de zin van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad bevestigde dat dit niet het geval is.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 11 september 2018, waarbij het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor poging tot doodslag; kosten eigen risico zorgverzekering worden niet als rechtstreekse schade erkend.