ECLI:NL:HR:2018:1554

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2018
Publicatiedatum
11 september 2018
Zaaknummer
17/05444
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46a SrArt. 289 SrArt. 285 SrArt. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken middelen van cassatie bij poging uitlokking moord

De verdachte is in cassatie gegaan tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor poging tot uitlokking van moord op zijn ex-vriend en diens nieuwe vriendin, alsmede bedreiging van zijn ex-vriend met een misdrijf tegen het leven gericht.

De Hoge Raad constateert dat de verdachte niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een raadsman schriftelijk middelen van cassatie heeft ingediend, zoals vereist onder artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor wordt niet voldaan aan een essentieel procesvereiste.

Als gevolg hiervan verklaart de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep, waardoor het arrest van het gerechtshof ongewijzigd blijft. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak plaatsgevonden omdat het beroep niet ontvankelijk is verklaard.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

11 september 2018
Strafkamer
nr. S 17/05444
SG
Hoge Raad der Nederlanden
Tweede Enkelvoudige Kamer
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 25 oktober 2017, nummer 21/002324-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 september 2018.