Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
30 januari 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal in een strafzaak tegen een werknemer van een coffeeshop in Leiden, waarbij sprake was van zogenoemde achterdeurproblematiek. Het Gerechtshof Den Haag had het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad verwees naar eerdere overwegingen in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:HR:2018:25) en oordeelde dat het middel van het OM terecht was voorgesteld.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing. Hiermee werd het oordeel van niet-ontvankelijkheid van het OM door het hof verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 30 januari 2018.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.