Uitspraak
[X]te
[Z]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 7 april 2017, nr. SGR 16/1162 V, betreffende een aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage in de Zorgverzekeringswet.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag over een aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage in de Zorgverzekeringswet. Het beroep is ingesteld namens de erfgenamen van een overledene.
De Hoge Raad heeft de indiener van het beroepschrift verzocht om binnen vier weken een verklaring van erfrecht en een door alle erfgenamen getekende volmacht te overleggen. De indiener is hieraan niet voldaan, waardoor de Hoge Raad niet kon vaststellen dat het beroep bevoegdelijk was ingesteld.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. Het arrest is op 21 september 2018 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een verklaring van erfrecht en volmacht.