Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
9 oktober 2018.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 december 2017, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot moord, poging tot doodslag en overtreding van de Wet wapens en munitie (WWM). Namens verdachte dienden advocaten een schriftuur in ter onderbouwing van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en concludeert dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Het arrest is uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 9 oktober 2018, onder voorzitterschap van vice-president J. de Hullu en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gegronde klachten.